Een brede waaier aan maatschappelijke uitdagingen

Onderwijs in een complexe maatschappelijke context: uitdagingen én kansen

Van gezondheidsbevordering en verkeerseducatie tot burgerschapseducatie en educatie voor duurzame ontwikkeling. Onder de noemer 'educaties' komt een lange stoet van maatschappelijke verwachtingen aan de poort van de onderwijssector kloppen. Men kijkt heel vaak naar het onderwijs om een antwoord te bieden op de maatschappelijke vragen die opduiken. Voor allerlei maatschappelijke sectoren en actoren vormt onderwijs bovendien een interessante setting om hun doelen te realiseren. En het allerbelangrijkste blijft dat scholen ook plekken zijn waar leerlingen zich goed en beschermd voelen.

De vooruitgang van onze menselijke beschaving heeft een donkere keerzijde. De twintigste eeuw bracht ons niet alleen de computer en de eerste mens op de maan, maar ook de atoombom en de klimaatopwarming. In de 21ste eeuw nemen steeds meer problemen wereldwijde proporties aan. Zet het vuur van de vooruitgang de wereld in brand?

In de media wordt vaak verzucht dat goed onderwijs nodig is om de brand te blussen. Of het nu gaat over het voorkomen van religieus extremisme of obesitas, of om het bevorderen van meer milieubewustzijn en verdraagzaamheid, steevast wordt naar het onderwijs gekeken om de bakens te verzetten. Bij schoolteams wekt dat wel eens het gevoel dat ze overbevraagd worden en dat hen opdrachten worden toevertrouwd die hun petje te boven gaan. (Onderwijs voor de 21ste eeuw, Kris Van den Branden)

Hoge maatschappelijke verwachtingen aan onderwijs

De maatschappelijke omgeving waarin scholen vandaag werken is complex, divers en voortdurend in beweging. Scholen hebben vragen over of en hoe ze deze maatschappelijke verwachtingen kunnen vertalen naar hun curriculum. Ze willen daarbij optimaal gebruik maken van het educatief aanbod dat voor onderwijs ontwikkeld wordt door actoren uit andere maatschappelijke sectoren (de ‘aanbieders’). Werken aan maatschappelijke thema’s kan via een breed en gediversifieerd pakket aan initiatieven, projecten, acties en maatregelen. Het gaat hier niet enkel om het overbrengen van lesinhouden maar om leerlingen actief te betrekken bij het werken aan maatschappelijke uitdagingen. Daarbij wordt liefst de hele schoolgemeenschap betrokken, en wordt er ook samengewerkt met de bredere omgeving.

De verwachtingen zijn hoog en er is nood aan inspiratie. Hoe kan onderwijs omgaan met maatschappelijke uitdagingen? Deze website wil zowel de onderwijssector als de andere maatschappelijke actoren inspiratie en houvast bieden om hun rol en verantwoordelijkheid vorm te geven. 

Dit boek heeft niet de pretentie om wereldproblemen op te lossen. Maar het heeft wel een hele duidelijke ambitie: namelijk om iedereen die zich met opvoeding, onderwijs en jeugdbeleid bezighoudt weer flink wat ambitieuzer te maken als het om sociale, maatschappelijke en globale doelen van opvoeding gaat. (Micha De Winter (2013), Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding)

Deze verwachtingen zijn niet nieuw, en ook niet typisch voor Vlaanderen. Dit wordt mooi geïllustreerd in een advies van de Nederlandse Onderwijsraad, uit 2008, met als titel: ‘Onderwijs en maatschappelijke verwachtingen. Scholen kiezen zelfbewust positie’. De centrale vraag in dit advies luidde: ‘Hoe kunnen scholen verstandig en selectief omgaan met verwachtingen en taken die vanuit de samenleving op hen afkomen zonder dat dit ten koste gaat van de twee basisfuncties (kwalificeren en socialiseren) van de school?’ In de voorbereiding van dit advies heeft de Raad een historische inventarisatie van maatschappelijke verwachtingen (peiljaren 1957, 1973, 1989 en 2007) laten uitvoeren. Uit deze inventarisatie viel te concluderen dat in de afgelopen vijftig jaar steeds sprake is geweest van druk op scholen om hun taken te verbreden, maar dat die druk sinds de jaren negentig sterk is toegenomen als gevolg van een samenloop van demografische, economische, maatschappelijke en bestuurlijke ontwikkelingen. De Maatschappelijke Innovatieagenda Onderwijs (Nederland, mei 2008) spreekt van een “spanning tussen enerzijds kerntaken van het onderwijs en anderzijds de maatschappelijke rol van het onderwijs” maar vindt dat deze spanning ook kansen biedt.

 Wanneer we de afgelopen vijftig jaar overzien blijkt dat in elk van de vier peiljaren druk werd uitgeoefend op scholen om hun taken te verbreden. Deze druk is dus in zekere zin van alle tijden. Een logische uitkomst, aangezien scholen per definitie een maatschappelijke taak hebben en daarmee deels afhankelijk zijn van maatschappelijke ontwikkelingen. Het historisch overzicht laat echter ook zien dat vanaf de jaren negentig de druk op scholen is toegenomen als gevolg van een samenloop van demografische, economische, maatschappelijke en bestuurlijke ontwikkelingen. Vanaf circa 1990 groeit bovendien de neiging om meer privé gerelateerde problemen en onderwerpen onder de aandacht van scholen te brengen. Voorbeelden zijn alcoholmisbruik, digitaal pesten, ongezond gedrag en omgaan met geld. Verder zijn de wensen en verwachtingen die uitgaan richting scholen in de loop der jaren steeds diverser geworden. Soms zijn verwachtingen zelfs onderling strijdig. Dit maakt het er voor scholen niet gemakkelijker op, temeer daar de belangen van de verschillende vragende partijen in de huidige kenniseconomie alsmaar groter zijn geworden.

Download hier het volledige advies

Wat zijn dan die maatschappelijke uitdagingen?

Het is onbegonnen werk om alle maatschappelijke uitdagingen op te lijsten. De lijst zou nooit volledig zijn, en zou na verloop van tijd zeker aangepast moeten worden. Het gaat inderdaad om een ‘lange stoet maatschappelijke verwachtingen’. De volgorde in die stoet wijzigt bovendien voortdurend, afhankelijk van de actualiteit, de lokale context, de klemtonen die een school wil leggen. Nieuwe uitdagingen komen op het voorplan; andere uitdagingen worden minder dwingend. Soms stellen maatschappelijke uitdagingen zelfs tegenstrijdige verwachtingen aan onderwijs.

Pedro De Bruyckere maakt dat enigszins ludiek duidelijk in zijn blog over alles wat van school verwacht wordt.

Lees de blog van Pedro De Bruyckere

Pedro De Brucykere is niet de enige die een poging doet om een overzicht te maken. In het kader van de campagne ‘Van leRensbelang’, het groot maatschappelijk debat rond de eindtermen, organiseerde de Vlaamse Scholierenkoepel een groot inspraaktraject met de bedoeling om antwoorden van de scholieren te verzamelen op de schijnbaar simpele vraag ‘Wat moet elke leerling leren op school?’. Het resultaat is terug te vinden in een boeiend en uitgebreid rapport. In dat rapport geven de scholieren duidelijk aan dat ze de school als dé plek zien waar jongere generaties kunnen ‘gekneed’ worden zodat de toekomst beter wordt.

Onderwijs kan toch niet alle problemen van de samenleving oplossen? Bij elk probleem dat je in onze maatschappij tegenkomt, wordt het vizier op onderwijs gericht. Onderwijs kan niet alles aan, dat is een feit. Directies, leerkrachten en leerlingen die overbelast zijn, dat geeft averechtse effecten. Daar zijn we ons bewust van. Maar wij bekijken dit graag op een andere manier.

Van ons derde tot ons achttiende levensjaar wordt van ons verwacht dat we naar school gaan. In sommige gevallen zelfs nog een beetje langer. In die vijftien jaren van ons leven zitten we gemiddeld 30 lesuren per week op de schoolbanken. Soms als een bende zombies, dat geven we toe, maar uiteindelijk biedt al die tijd toch een unieke kans om ons tot sterke mensen te laten uitgroeien? Dé ideale plek dus om jonge generaties te kneden zodat de toekomst nog beter wordt. Van ons mag er daarom gerust vaak naar de school en naar onderwijs gekeken worden.

Lees het rapport van de Scholierenkoepel  

Uit het antwoord van bijna 17.000 scholieren uit bijna 70 scholen blijkt dat zij verwachten dat onderwijs minstens inzet op volgende maatschappelijke uitdagingen:

  1. Gezond en wel. Leerlingen dringen aan op een positief gezondheidsbeleid, samen met leerlingen, met aandacht voor het maken van bewuste gezonde keuzes wanneer het op eetgewoontes aankomt, voor beweging in de klas, tijdens de pauzes en in de lessen LO, en voor het gevaar van verschillende vormen van verslavingen.

  2. Mentaal in evenwicht. Leerlingen willen de instrumenten krijgen om stress op school en in de toekomst het hoofd te kunnen bieden. Er moet ruimte zijn om te leren en om te falen. Ze hebben nood aan een open klassfeer met ruimte om te praten over mentale gezondheid zonder taboes.

  3. Eigen kracht. Scholieren willen investeren in hun eigen kwaliteiten. Ze verwachten een grotere flexibiliteit en ruimte voor creativiteit tijdens hun schoolloopbaan door bijvoorbeeld meer vrije ruimte of keuzevakken.

  4. Klaar voor het leven na het middelbaar. Leerlingen eisen in de lessen een duidelijker link met hun dagelijkse leven. Ze willen weten wat het nut is van de leerstof. Ze willen kunnen zorgen voor zichzelf en anderen door te leren koken en poetsen, de basisprincipes van EHBO te leren, tips te krijgen over omgaan met geld, bewust te consumeren, kritisch te leren omgaan met nieuwe media, te leren solliciteren, …

  5. Verbonden met elkaar. De school is een kleine versie van de diverse samenleving, en op die manier een ideaal laboratorium om te leren omgaan met verschillen: waarden als respect en duidelijke communicatie moeten uitgedragen worden in alles wat de school doet. Scholieren willen op school kunnen praten over relaties. Jongeren kijken naar onderwijs om op het gebied van seksuele voorlichting niet uitsluitend een negatief verhaal te brengen en hen zonder onzin te informeren over wat bestaat en wat mogelijk is.

  6. Met beide voeten in de wereld. Leerlingen verwachten dat onderwijs hen verschillende visies aanbiedt en helpt die naast en tegenover elkaar te plaatsen. Een open benadering van diversiteit moet terug te vinden zijn in het hele leven op school. Leerlingen willen dat alle levensbeschouwingen aan bod komen. Leerlingen voelen zich ook te weinig geïnformeerd over economie, ondernemen en politiek. Ze willen hun verantwoordelijkheid kunnen nemen om mee zorg te dragen voor een duurzame planeet. Ze willen de school verlaten als jonge burgers die mee kunnen draaien in de samenleving.

De Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen of SDG's: een omvattend kader

In september 2015 werden de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen of Sustainable Development Goals  formeel aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN met de Agenda 2030 voor Duurzame Ontwikkeling. Gedurende de komende 15 jaar moeten de SDG’s van onze planeet een meer duurzame en rechtvaardige plek maken voor alle mensen. Deze doelstellingen, die één en ondeelbaar zijn, reflecteren de drie dimensies van duurzame ontwikkeling: het economische, het sociale en het ecologische aspect. De landen die deze ‘2030 Agenda for Sustainable Development’ in New York hebben ondertekend, waaronder ook België, hebben zich geëngageerd om de SDG’s te vertalen in nationale duurzaamheidsstrategieën, en die te behalen.

    Sustainable Development Goals

    De doelstellingen hebben de verdienste dat ze een brede benadering van duurzaamheid koppelen aan een visie op verschillende beleidsdomeinen waaronder onderwijs en vorming. Ze zetten landen in verschillende stadia van ontwikkeling aan om na te denken over beleidsdoelstellingen die voor hun eigen samenleving en burgers relevant zijn. 

    Sobhi Tawil (UNESCO) verduidelijkt  dat deze globale agenda werd ontwikkeld in een context van drie paradoxen:

    • Enerzijds een afname van de armoede, maar daartegenover meer ongelijkheid en inclusie;
    • Enerzijds economische groei, maar daartegenover niet-duurzame productie en consumptie;
    • Enerzijds een geconnecteerde wereld, maar anderzijds toename van conflicten en onverdraagzaamheid. 

    Het is dus niet verwonderlijk dat duurzaamheid en rechtvaardigheid in het hart van deze nieuwe agenda zitten. 

    In Vlaanderen worden de SDG’s in diverse beleidsdomeinen als referentiekader gehanteerd. Met de visienota 'Vizier 2030 - Een 2030-doelstellingenkader voor Vlaanderen' geeft de regering invulling aan de oproep van de Verenigde Naties om de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) te vertalen naar eigen doelstellingen en beleid.  In het onderwijs spelen ze onder meer een belangrijke rol bij het kaderen van de bestaande eindtermen, en bij het ontwikkelen van de nieuwe eindtermen. 

    De SDG’s bieden ook vaak inspiratie voor nieuwe leermiddelen. Zo lezen we in de ‘favorietenmap duurzame ontwikkelingsdoelstellingen’ van Kleur Bekennen (nu Kruit):

    De SDG’s zijn in het leven geroepen door de Verenigde Naties om van onze planeet een meer duurzame en rechtvaardige plek te maken voor alle mensen. Alle landen werken mee om deze doelen in 2030 te bereiken en aan iedereen wordt opgeroepen een handje te helpen. Omdat het belangrijk is dat kinderen weten dat ook zij hun steentje kunnen bijdragen, schuiven we in deze map onze favoriete leermiddelen naar voor die leerlingen laten kennismaken met deze werelddoelen en hen laat nadenken over mogelijke oplossingen voor het onderwijs, en bij het ontwikkelen van leermiddelen. 

    De SDG’s bieden een mooi overzicht van uitdagingen waar de maatschappij van vandaag mee te kampen heeft. De zeventien doelstellingen en hun 169 subdoelstellingen en een hele waaier aan concrete indicatoren bestrijken zeer uiteenlopende thema’s, die kunnen onderverdeeld worden in vijf grote thema’s: mensen, planeet, welvaart, vrede en partnerschap. Gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs is een afzonderlijke doelstelling (SDG 4), maar onderwijs heeft ook linken met tal van andere doelstellingen. 
    Het innovatieve karakter van SDG 4 ligt vooral hierin:

    • Het levenslang en levensbreed perspectief. De focus ligt niet enkel op leerplichtonderwijs, noch op formeel onderwijs.
    • Het feit dat SDG een universele agenda is, met engagementen van Zuid én Noord;
    • Het feit dat de klemtoon niet langer alleen ligt op toegang tot onderwijs, maar meer en meer op kwaliteit van onderwijs, en, voor het eerst in een globale agenda, op de relevantie van onderwijs. Relevantie niet enkel voor de arbeidsmarkt, maar ook voor sociaal en burgerlijk leven. 

    Dit zijn de 17 hoofddoelstellingen: 

    1. Beëindig armoede overal en in al haar vormen.
    2. Beëindig honger, bereik voedselzekerheid en verbeterde voeding en promoot duurzame landbouw.
    3. Verzeker een goede gezondheid en promoot welvaart voor alle leeftijden.
    4. Verzeker gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs en bevorder levenslang leren voor iedereen.
    5. Bereik gendergelijkheid en empowerment voor alle vrouwen en meisjes.
    6. Verzeker toegang en duurzaam beheer van water en sanitair voor iedereen.
    7. Verzeker toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen.
    8. Bevorder aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor iedereen.
    9. Bouw veerkrachtige infrastructuur, bevorder inclusieve en duurzame industrialisering en stimuleer innovatie.
    10. Dring ongelijkheid in en tussen landen terug.
    11. Maak steden en menselijke nederzettingen inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam.
    12. Verzeker duurzame consumptie- en productiepatronen.
    13. Neem dringend actie om de klimaatverandering en haar impact te bestrijden.
    14. Behoud en maak duurzaam gebruik van de oceanen, de zeeën en de maritieme hulpbronnen.
    15. Bescherm, herstel en bevorder het duurzaam gebruik van ecosystemen, beheer bossen duurzaam, bestrijd woestijnvorming en landdegradatie en draai het terug en roep het verlies aan biodiversiteit een halt toe.
    16. Bevorder vreedzame en inclusieve samenlevingen met het oog op duurzame ontwikkeling, verzeker toegang tot justitie voor iedereen en creëer op alle niveaus doeltreffende, verantwoordelijke en open instellingen.
    17. Versterk de implementatiemiddelen en revitaliseer het wereldwijd partnerschap voor duurzame ontwikkeling.